#146: Al vijfentwintig jaar moe

Ik koop bij de Gamma voor de tweede keer tien verhuisdozen want ik ben bezig met mijn aankomende verhuizing (zie blog #144). Dat zijn veel te weinig dozen, maar dan ga ik in elk geval niet te veel doen. Ik pak één of twee dozen per dag in. Mijn verhuisdatum is nog niet bekend maar ik begin langzaam met opruimen en inpakken. Stapje voor stapje.

Ik kom bij een kast waarin de archieven van mijn ouders staan. Al hun administratie, papieren en mappen met zooi. Papieren van oude huizen, papieren van de verzorgingshuizen waar ze uiteindelijk verbleven. Belastingzaken. Hun overlijdensakten. Mijn ouders zelf staan ook in deze kast; de urnen van mijn vader en mijn moeder staan naast elkaar. Ik zeg ze gedag. Langzaam ruim ik alles op, de mappen gaan weg, de rekeningafschriften en oude facturen. Ik bewaar alleen de urnen, de overlijdensakten en de rouwkaarten. Bij het zien van de rouwkaarten moet ik even huilen. Dag papa en mama.

Herinneringen

Dan kom ik bij mijn foto’s uit de tijd dat er nog nauwelijks digitale camera’s waren en geen smartphones. Afdrukken, negatieven. Ik zie mezelf van jaren jaar geleden. Ik zie mezelf met mijn vrienden. Wat waren we jong en actief. Feestjes, feestjes tot diep in de nacht. Later gingen we naar de lokale disco tot de volgende ochtend. En dan, als het weer licht werd, met de overgebleven vrienden nog even op de computer een potje Medal Of Honor: Allied Assault spelen tegen elkaar. Iedereen vanuit zijn eigen huis. Moeten we niet eens gaan slapen? Welnee.

(Advertentie)

Ik vind nóg oudere foto’s van een vakantie waarbij ik in mijn eentje naar Amerika ging om daar een vriend op te zoeken nabij St. Louis. Hij studeerde daar. We stuurden elkaar destijds faxen want internet was er nog niet en smartphones ook niet. Ik vind een stapel faxen terug. Ik lach me kapot. Wat waren we grappig toen. Ben ik nu nog grappig? Ik denk het niet. Ik ben zo uitgeput dat ik niet zo ad rem meer ben. De foto’s stralen energie en activiteit uit.

Ik vind mijn oude ZX Spectrum computer terug.
foto: ©2020 kutikhebeenburnout.nl

Wat ik me opeens herinner is dat ik bijna altijd moe was. Zeker de laatste 25 jaar ben ik vrijwel altijd moe geweest. En ik had altijd het gevoel dat iedereen zo veel energie had maar ik niet. Mijn vrienden konden na de feestjes in de nacht de volgende dag gewoon weer gaan werken of naar college. Ik niet. Ik was drie dagen uitgeput,

Bij de vakantie in Amerika wilde ik soms gewoon binnen blijven en juist niet allerlei activiteiten doen. Ik was moe maar dacht dat het door de jetlag kwam. Als je jong bent sta je er niet zo bij stil. Ja, ik was altijd moe maar ik deed ook veel en ging tot laat uit. Later ging ik werken en niet meer zo vaak uit, maar ik was nog steeds moe.

Moe zijn

Minstens tien jaar lang ben ik elk half jaar naar de dokter gegaan omdat ik steeds zo moe was. Ik kon niet goed meekomen op mijn werk. Ik kon niet goed meekomen met sociale verplichtingen. Ik kon maar nauwelijks een vriendinnetje hebben want ik werd daardoor nog meer vermoeid. Waarom was ik veel vaker moe en kapot dan andere mensen?

Op een gegeven moment heeft de huisarts mij doorverwezen voor hersenonderzoek want de rest was allemaal al meerdere malen onderzocht en ik was zo gezond als een vis. Wel bleef ik maar moe en zag ik soms zwarte vlekken voor mijn ogen, dus de hersenen moesten maar eens bekeken worden. Ik kreeg een MRI en een EEG maar alles was prima. Moeheid onverklaard. De zwarte vlekken gingen weer weg na een paar maanden. Nu weet ik dat het tekenen waren van spanning en overbelasting. Toen wist ik dat niet.

De moeheid was ook weer niet zó erg dat het me ernstig hinderde. Het was gewoon irritant, maar ik kon wel werken en leuke dingen doen. Ik had wel vaak keelpijn maar geen last van de lymfeklieren. Ik viel niet echt in de categorie CVS of ME. Ik had ook nooit pijn, dus Fibromyalgie viel ook al af. Weer later las ik over hoogsensitiveit, wat ik inderdaad ook heb, maar voldoe nèt niet helemaal aan de criteria. Prikkels verwerken kost mij wel veel energie, maar ook weer niet zó veel.

Nu pas, na 25 jaar en twee burnouts, kom ik er achter dat ik altijd veel meer heb gepresteerd dan waarvoor ik energie had. Ik heb eigenlijk altijd in de turbostand gestaan. Ik heb zoveel enthousiasme en vind zo veel dingen interessant; ik wil alles weten en alles leren. Maar ik kon nooit iets afmaken en ik was altijd moe.

Studeren en werken

Iedereen ging studeren dus ik ook dan maar, want ik wist niet wat ik anders wilde. Ik wilde niet werken, dat wist ik wel. Ik kon mij namelijk niet voorstellen hoe mensen 40 uur per week op hun werk kunnen zitten. Dat is toch veel te veel? Dan ben je bijna nooit thuis!? Ik begreep het niet en was bang om te gaan werken. Daar durfde ik niet over te praten want iedereen vindt fulltime werken normaal en het “hoort nou eenmaal zo”.

Na twee niet-afgemaakte HBO studies ging ik maar naar het MBO om toch maar een papiertje te halen. Gaan werken was geen optie, want daar zag ik te veel tegenop. Op het MBO was alles makkelijk. Ik haalde alles en ik was ook niet moe. Ik was slimmer en had meer kennis dan de meeste docenten. Er klopt iets niet aan mij, dacht ik. Hoe kan ik slimmer zijn en meer weten dan MBO docenten maar toch geen HBO studie kunnen afmaken?

Onzeker en rammelend ging ik daarna maar aan het werk. Ik had geen diploma, want ik had twee stageplekken geprobeerd en na enkele dagen geweigerd want het werk was veel te simpel voor mij. En geen stage afmaken is dus geen diploma. Via een uitzendbureau vond ik een leuke baan bij een leuk bedrijf. Maar ik was meteen weer moe, vaak grieperig. Op een dag kwam er een griep die zes maanden duurde. Ik snapte er niets van. Hoe kan je nou een half jaar griep hebben?

Daarna ging ik ergens anders werken maar dan 24 uur in de week, want ik had nu 40 uur ervaren en trok het gewoonweg niet. Dat ging beter. Bijna 10 jaar lang werkte ik 24 uur in de week. Ik kreeg andere functies, andere leidinggevenden, andere locaties. Maar ik bleef best wel vaak moe en ik bleef maar naar het werk gaan met het idee dat ik niet oprecht kon bevatten hoe mensen toch in hemelsnaam fulltime kunnen werken. Werken was een worsteling voor mij.

(Advertentie)

Hoe nu verder?

De eerste burnout, die veel minder erg was dan mijn huidige, kwam en duurde 4 jaar. Het werd 2 jaar thuis zitten en 2 jaar weer opbouwen naar 24 uur per week. Daarna heb ik nog ongeveer tien jaar verder gewerkt, als zelfstandige (maximaal 30 uur per week), als directeur van een eigen bedrijf (40 uur per week) en weer in loondienst (40 uur per week). Het gevoel dat het onmogelijk zou zijn om fulltime te werken was in die jaren langzaam verdwenen. Het gevoel dat ik altijd moe was ging ook een beetje naar de achtergrond.

Vanaf blog #02 lees je hoe het bij mijn laatste baan verging tot ik naar de klote was. Mijn huidige burnout duurt nu al bijna drie en een half jaar en ik twijfel of ik ooit nog kan werken. Ik denk dat ik mezelf definitief kapot heb gemaakt. De energie en de lol die ik op de foto’s van vroeger aantrof, die is er al lang niet meer. Ik ben natuurlijk ook ouder, dus dat ligt niet alleen maar aan de burnout.

Ik ruim een hoop spullen op. De mooie herinneringen krijgen een eigen doos, de rest gaat weg. Nu ga ik weer op naar de toekomst, een toekomst in Friesland waar ik kies voor rust, reinheid en regelmaat, en waar “weer aan het werk gaan” absoluut de LAAGSTE prioriteit krijgt. En dan maar hopen dat de moeheid en de andere rotklachten uiteindelijk ook weer weg gaan. Ik hoop het zo.

Volgende keer

Volgende keer ontdek ik dat ik de dingen wat beter kan loslaten.

Bekijk reacties op deze blogpost of reageer zelf via Facebook, Instagram of Twitter!